Glimlach van geluk

Het was 22 februari rond 16.00 uur. Ik kwam met haast aan op station Zutphen. Ik checkte in en liep de trap op. Er was verwarring door een fout op het bord op het perron. Ik vroeg me af of dit de trein richting Zwolle was. Nog maar twee minuten voor vertrek; ga ik het erop gokken? Toen kwam jij. Je vroeg aan een conducteur of het de juiste trein was. Het antwoord kreeg ik niet mee. Ik probeerde te zien waar de trein heen zou gaan, maar toen ging het fluitje. Ik gokte het erop; ik volgde nadat jij instapte. Eenmaal binnen keken we elkaar even kort aan. ‘Is dit de trein naar Zwolle?’, vroeg ik. Je antwoordde met een lichte grijs: 'Nee’. Ik dacht: nee! Nu zit ik in de verkeerde trein. Het was twee seconden stil. 'Nee grapje, dit is de trein naar Zwolle’, zei je. We moesten allebei lachen. Je had een hond bij je en keek of er op de onderste verdieping plek was. Je besloot in de tussencoupé te blijven en zei hardop hier te blijven. Ik bleef twee tellen staan, maar ging toch naar boven. Toen ik eenmaal zat, had ik al gauw spijt. Onze ontmoeting was zo intens dat ik achteraf veel details over je ben vergeten. Groetjes van de jongen met de zwarte corduroy jas, bruine ogen en bruin haar.


Gemiste kans op Valentijnsdag: herkansing?

Het was Valentijnsdag, 17.45 uur en flink koud toen we allebei op station Leiden in de trein richting Vlissingen stapten. Je was gekleed in een zwarte jas, geruite sjaal en een beige trui. Je droeg daarbij een oranje rode rugzak. Je leek rond de 25 jaar, had een mooie bruine haardos en vooral een erg sympathieke uitstraling. Ik bedacht me meteen dat ik je wilde aanspreken, maar een aanknooppunt had ik zo snel niet. Ook ben ik nogal wars van Valentijnsdag, en vond ik mezelf wel érg wanhopig overkomen om juist vandaag iemand aan te spreken in de trein, nietwaar? Helaas hoefde ik op deze vragen niet eens een antwoord te bedenken, want toen ik in de tweede klas ging zitten, liep jij drie meter verder door de glazen deur naar de eerste klas. Op Rotterdam Centraal stapten we allebei uit. Ik liep naar de metro, jij liep het station uit op Kruisplein. Onderweg naar huis baalde ik enorm dat ik je niet aangesproken had. Herkansing? Groetjes, het meisje met de bruine jas en paarse sjaal.


De ochtend van de sneeuwstorm

Het was zaterdag 6 februari. Ik zat in de trein richting Nijmegen vanuit Utrecht. Het was enorm druk en de opkomende storm had voor uitval gezorgd, dus niet iedereen had plek. Jij zat op de trap met je leren tas op schoot. Je Veja’s vielen mij meteen op: ik had precies dezelfde. Je keek me een paar keer aan. Toen er uiteindelijk schuin tegenover me een plek vrijkwam, had je daar best mogen gaan zitten. Ik moest er echter uit in Ede-Wageningen en had geen kans meer om met je te praten. Ik hoop dat je ondanks alle vertraging die dag veilig op je bestemming bent aangekomen. Groetjes van het meisje in de groene jas, met de enorme rugzak.